.Wanneer begint het boompollenseizoen?
.Wat zijn de symptomen van een boompollenallergie?
.Waarom ben ik allergisch voor boompollen?
.Welke bomen zorgen voor allergieklachten?
Bomen zijn ontzettend belangrijk. Ze maken zuurstof en halen schadelijke broeikasgassen uit de lucht.1 Maar voor mensen met een boompollenallergie kunnen ze ook klachten veroorzaken. Hooikoorts komt niet alleen door graspollen en onkruid; bomen kunnen ook niesbuien uitlokken. Sterker nog, ze luiden vaak als eerste het hooikoortsseizoen in.
Gelukkig kun je een boompollenallergie goed aanpakken, vooral als je weet waar je op moet letten en wat je moet doen tegen een boompollenallergie.
Een boompollenallergie begint soms al in de winter, afhankelijk van het type boom en het klimaat. Onderzoekers van het RIVM hebben gekeken hoe pollen en klimaatverandering samenhangen. Door hogere temperaturen duurt het pollenseizoen langer. Meer CO₂ in de lucht zorgt ervoor dat bomen meer pollen maken, die weer meer allergische reacties kunnen opwekken. Hierdoor kunnen sommige bomen al in de winter pollen verspreiden en klachten veroorzaken.6
Een voorbeeld hiervan is de hazelaar, die zijn pollen al in de late winter afgeeft, nog voordat de bladeren in de weg zitten.2 Ook berkenbomen, die meestal van maart tot en met mei bloeien, kunnen soms al vroeg klachten veroorzaken.
Daarnaast speelt je woonplaats een rol in wanneer het boompollenseizoen begint. Als je in een gebied woont met veel regen of strenge winters, zullen bomen later bloeien. Maar daardoor kan het pollenseizoen ook juist weer langer duren en overlappen met de volgende bron van allergie: gras.4
Symptomen van een boompollenallergie, ook wel hooikoorts of allergische rinitis genoemd, lijken op die van gras- en onkruidpollenallergie. De ernst van de klachten varieert per persoon en hangt af van hoe sterk je lichaam op het pollen reageert. Veelvoorkomende klachten zijn: 7,8,9

Het is niet zo dat iedereen al deze symptomen tegelijkertijd heeft. Sommige mensen hebben vooral last van een jeukende neus, terwijl anderen meer last hebben van tranende ogen. Deze klachten kunnen je dagelijks leven behoorlijk beïnvloeden.
Gelukkig kun je iets doen tegen boompollenallergie. Praat met de huisarts over een diagnose en win advies in over mogelijke behandelingen.
In deze video legt dr. Monique Gorissen, kinderarts-allergoloog, uit waarom het belangrijk is om te weten wanneer welke bomen pollen afgeven en hoe je je daarop kunt voorbereiden.
Je immuunsysteem bepaalt of je allergisch bent voor boompollen. De meeste mensen ademen pollen in zonder klachten, maar bij sommigen ziet het afweersysteem pollen als een bedreiging. Het maakt antistoffen aan (IgE) die in het bloed blijven en meteen reageren zodra je opnieuw boompollen inademt.
Mannelijke bomen maken pollen, terwijl de vrouwelijke bomen zaden en vruchten produceren. Dit zorgt ervoor dat er in steden vaak veel pollen in de lucht zitten. Stadsplanners kiezen namelijk vaak voor mannelijke bomen om de stoepen schoon te houden.
Een allergische reactie ontstaat wanneer deze antistoffen het ‘gevaar’ snel willen bestrijden. Ze geven andere cellen de opdracht om histamine en andere stoffen vrij te maken. Hierdoor krijg je een verstopte neus of moet je veel niezen als je de fijne boompollen inademt.3
Als je allergisch bent voor één soort boompollen, kun je ook allergisch reageren op andere bomen. Dit komt doordat de eiwitten in het stuifmeel op elkaar lijken. Kruisreacties kunnen optreden tussen boompollen en gras- of onkruidpollen. Zo krijgen mensen met een allergie voor els vaak ook klachten door berk, beuk en eik, gras, ambrosia- of bijvoetpollen.
Onderzoekers hebben ontdekt dat kruisreactiviteit een rol speelt bij voedselallergieën. Ongeveer 70% van de mensen met een berkenpollenallergie reageert ook op bepaalde voedingsmiddelen zoals appels en hazelnoten. Dit heet het oraal allergie syndroom (OAS) en ontstaat doordat sommige eiwitten in voedsel lijken op allergenen in boompollen, waardoor het afweersysteem ze als een bedreiging ziet.18,19,20
Volgens het Nederlandse Huisartsen Genootschap heeft 40% van de mensen met hooikoorts ook astma. 80 tot 90% van de mensen met allergisch astma heeft ook een pollenallergie.
Boompollenallergie en allergisch astma gaan vaak samen. De pollen kunnen namelijk de bovenste luchtwegen irriteren. Dit kan zich uitbreiden naar de onderste luchtwegen en astmatische klachten geven. Volgens de het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft 40% van de mensen met hooikoorts ook astma. 80 tot 90% van de mensen met allergisch astma heeft ook een pollenallergie.21
Volwassenen herkennen hooikoortsklachten vaak snel, zoals niezen en een loopneus. Bij kinderen is dat lastiger, omdat de allergische reactie lijken op een gewone verkoudheid. Dit geldt vooral als het de eerste keer is.
Je kunt ook bij de kwekerij vragen naar vrouwelijke bomen, zoals de rode esdoorn.12 Mannelijke bomen maken pollen, terwijl vrouwelijke bomen zaden en vruchten produceren. In steden worden vaak mannelijke bomen geplant om stoepen schoon te houden, maar daardoor zitten er meer pollen in de lucht. Ook op schoolpleinen komen deze bomen veel voor.14
Volgens het Bomenkompas van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) verschilt het per boom hoe sterk de pollen een allergische reactie kunnen oproepen.19,20 Eén mannelijk bloementrosje (katje) van de berk kan bijvoorbeeld tot wel 6 miljoen pollen afgeven en daarmee behoorlijk wat klachten veroorzaken.¹¹
Ook de bloeiperiode speelt een belangrijke rol: hoe eerder en hoe langer een boom bloeit, hoe groter de kans op klachten. De bloeitijden van boompollen in Nederland zijn onder andere terug te vinden in onze pollenkalender.²²
De berk is niet de enige boom die allergieklachten kan veroorzaken. Ook bomen zoals de els, hazelaar, eik, es en plataan worden genoemd als belangrijke bronnen van boompollen. Hieronder lees je per boom wanneer deze bloeit en hoe sterk de allergische reactie meestal is.
De berk bloeit meestal van maart tot en met mei. In deze periode kunnen veel mensen met hooikoorts klachten krijgen. Het berkenpollenseizoen kan meerdere maanden duren, waardoor de blootstelling aan pollen relatief lang is.
Berkenpollen behoren tot de sterk allergene boompollen.19,20 Hierdoor is de berk een belangrijke oorzaak van boompollenallergie in Nederland.
Berk is ook de belangrijkste veroorzaker van hooikoortsklachten. Ongeveer 6,8% tot 57,4% van de mensen in Europa is gevoelig voor de berk en tot 98,5% van hen ervaart ook klachten.17
De els bloeit vroeg in het jaar, meestal van januari tot en met maart. Hierdoor kunnen allergische klachten al in de winter of het vroege voorjaar beginnen, nog voordat veel andere bomen bloeien. De pollen van de els kunnen hooikoortsklachten veroorzaken.
Vooral mensen die gevoelig zijn voor vroege boompollen merken in deze periode vaak dat hun klachten beginnen.
De hazelaar bloeit meestal van januari tot en met februari.²² Bij zacht winterweer kan de bloei soms al vroeg beginnen. Daardoor kunnen hooikoortsklachten al in de winter ontstaan, vaak nog vóórdat andere bomen gaan bloeien.
De pollen van de hazelaar kunnen allergische klachten veroorzaken bij mensen met een boompollenallergie. Deze klachten zijn meestal minder sterk dan bij berkenpollen, maar kunnen wel het begin van het pollenseizoen markeren.19,20
De eik bloeit meestal van april tot en met mei.²² In deze periode komen eikenpollen in de lucht, vaak tegelijk met andere boompollen in het voorjaar.
De pollen van de eik kunnen hooikoortsklachten veroorzaken bij mensen met een boompollenallergie. Over het algemeen zorgen eikenpollen voor minder klachten dan berkenpollen, maar bij sommige mensen kunnen ze toch duidelijk merkbaar zijn.19,20
De es bloeit meestal van maart tot en met april.²² De bloei valt vaak samen met andere boompollen in het vroege voorjaar, waardoor klachten elkaar kunnen versterken.
De pollen van de es kunnen duidelijke hooikoortsklachten veroorzaken bij mensen met een boompollenallergie. Bij sommige mensen zijn deze klachten vergelijkbaar met die van andere sterk allergene bomen, zoals de berk.19,20
De plataan bloeit meestal van april tot en met mei.²² Deze boom komt veel voor in steden, langs straten en op pleinen. Daardoor kunnen mensen vooral in stedelijke gebieden met plataanpollen in aanraking komen.
De pollen van de plataan kunnen allergische klachten veroorzaken, al verschilt de gevoeligheid sterk per persoon. In vergelijking met bomen zoals de berk of es veroorzaken plataanpollen meestal mildere klachten, maar ze kunnen wel hinderlijk zijn.19,20
Hieronder staat een overzicht van de meest voorkomende bomen in Nederland die boompollenallergie kunnen veroorzaken. Je ziet per boom wanneer deze bloeit en hoe groot de kans is dat de pollen klachten geven. Dit overzicht is bedoeld als aanvulling op de uitleg per boom hierboven.
| Boom | Bloeiperiode | Kans op klachten |
|---|---|---|
| Hazelaar | januari - februari | matig |
| Els | januari - maart | groot |
| Berk | maart - mei | groot |
| Es | maart - april | groot |
| Eik | april - mei | matig |
| Plataan | april - mei | matig tot klein |
Heb je elk jaar in het voorjaar last van typische hooikoortsklachten, zoals niezen, een verstopte neus of jeukende ogen? Een allergietest kan uitwijzen of boompollen de oorzaak zijn. Vooral als je klachten steeds in dezelfde periode terugkomen, helpt een test om vast te stellen of bomen, andere planten of iets anders je allergieklachten veroorzaken.
De diagnose begint meestal bij de huisarts. Deze vraagt wanneer je klachten optreden, hoe lang ze aanhouden en of je ook last hebt van andere allergieën, zoals voedselallergie. Het kan handig zijn om je klachten bij te houden, zodat je al deze informatie tijdens het gesprek bij de hand hebt. Op basis van dit gesprek kan de huisarts inschatten of er sprake is van een boompollenallergie en je zo nodig doorverwijzen naar een allergiespecialist.
Om te onderzoeken waarvoor je allergisch bent, kan een arts één of meerdere testen doen:
De arts combineert de testuitslagen altijd met je klachten. Ook wordt gekeken of er sprake kan zijn van kruisreacties, bijvoorbeeld tussen boompollen en bepaalde voedingsmiddelen.
Het stellen van een diagnose verloopt vaak in stappen. Het eerste gesprek bij de huisarts duurt meestal kort. Als er een huidpriktest wordt gedaan, is de uitslag vaak dezelfde dag bekend. Bij een bloedtest kan het enkele dagen tot een week duren voordat de uitslag er is. In de meeste gevallen is binnen één tot twee weken duidelijk of je een boompollenallergie hebt.
Weet je eenmaal waarvoor je allergisch bent, dan kun je ook gerichter iets doen tegen je klachten. De behandeling van boompollenallergie hangt af van hoe ernstig je klachten zijn en hoeveel last je ervan hebt in het dagelijks leven.
Ambrosia groeit snel en komt in veel bossen voor. Hierdoor krijg je er makkelijk mee te maken en kan het klachten geven. Gelukkig kun je er iets aan doen!
Welke behandeling je nodig hebt, hangt af van hoe erg je allergie is. Deze tips kunnen helpen om boompollen te vermijden:
Bij milde tot matige klachten kan een zoutoplossing uit de apotheek helpen.7 Ook kun je vragen naar antihistaminica en corticosteroïden, die hooikoortsklachten kunnen verminderen als er veel pollen in de lucht zijn. Voor sterkere medicijnen heb je een recept van je huisarts nodig.3
Allergie immunotherapie is ook een mogelijke behandeling voor boompollenallergie. Door herhaald kleine hoeveelheden van het allergeen toe te dienen, als tablet of injectie, raakt je immuunsysteem eraan gewend. De behandeling duurt ongeveer drie jaar, maar kan ervoor zorgen dat je immuunsysteem minder heftig reageert op pollen.
Je kunt bomen in je tuin hebben, ook als je allergisch bent voor boompollen. Sommige soorten verspreiden weinig pollen, omdat hun stuifmeel te zwaar is om door de wind meegevoerd te worden. Insecten zorgen voor de bestuiving. Denk aan een appel- of sierappelboom, bloesemkers, pruimenboom, sierpeer, kornoelje of magnolia.12,20
Bomen worden bestoven door de wind. Ze verspreiden miljoenen kleine pollen om soortgenoten te bereiken en nieuwe bomen te laten groeien. Volgens onderzoekers verspreiden bomen enorme hoeveelheden pollen via de wind. Dit stuifmeel is zo klein dat het nauwelijks zichtbaar is en kan zich over grote afstanden verplaatsen, soms wel honderden kilometers. 5
In de lente zitten er veel boompollen in de lucht. Je ademt ze ongemerkt in, tot je allergieklachten krijgt. Een voordeel van de lente is dat het nogal eens kan regenen. De regen kan pollen wegspoelen en hooikoortsklachten verminderen.4,6
Bij een berkenpollenallergie kun je ook klachten krijgen van sommige voedingsmiddelen. Dit komt door een kruisreactie: bepaalde eiwitten in voedsel lijken op die in berkenpollen. Dit heet het oraal allergie syndroom (OAS).15,18
Voedingsmiddelen die vaak klachten veroorzaken zijn onder andere rauwe appel, peer, kers, perzik, hazelnoot, amandel, wortel, selderij en kiwi. De klachten ontstaan meestal kort na het eten en blijven vaak beperkt tot de mond en keel, zoals jeuk of tintelingen.15
Niet iedereen reageert op dezelfde voedingsmiddelen. Gekookt of bewerkt voedsel geeft vaak minder klachten, omdat de eiwitten door verhitting veranderen. 15,18
Je kunt bomen in je tuin hebben, ook als je allergisch bent voor boompollen. Sommige soorten verspreiden weinig pollen, omdat hun stuifmeel te zwaar is om door de wind meegevoerd te worden. Insecten zorgen voor de bestuiving. Denk aan een appel- of sierappelboom, bloesemkers, pruimenboom, sierpeer, kornoelje of magnolia.12,20
Bomen worden bestoven door de wind. Ze verspreiden miljoenen kleine pollen om soortgenoten te bereiken en nieuwe bomen te laten groeien. Volgens onderzoekers verspreiden bomen enorme hoeveelheden pollen via de wind. Dit stuifmeel is zo klein dat het nauwelijks zichtbaar is en kan zich over grote afstanden verplaatsen, soms wel honderden kilometers. 5
In de lente zitten er veel boompollen in de lucht. Je ademt ze ongemerkt in, tot je allergieklachten krijgt. Een voordeel van de lente is dat het nogal eens kan regenen. De regen kan pollen wegspoelen en hooikoortsklachten verminderen.4,6
Bij een berkenpollenallergie kun je ook klachten krijgen van sommige voedingsmiddelen. Dit komt door een kruisreactie: bepaalde eiwitten in voedsel lijken op die in berkenpollen. Dit heet het oraal allergie syndroom (OAS).15,18
Voedingsmiddelen die vaak klachten veroorzaken zijn onder andere rauwe appel, peer, kers, perzik, hazelnoot, amandel, wortel, selderij en kiwi. De klachten ontstaan meestal kort na het eten en blijven vaak beperkt tot de mond en keel, zoals jeuk of tintelingen.15
Niet iedereen reageert op dezelfde voedingsmiddelen. Gekookt of bewerkt voedsel geeft vaak minder klachten, omdat de eiwitten door verhitting veranderen. 15,18
Bedankt voor het lezen van dit artikel over boompollenallergie! Heb je vragen over dit onderwerp?
Neem gerust contact op als iets niet duidelijk is of als er iets is waar je meer over wilt weten. Je vindt ons ook op Facebook, Instagram, Youtube en TikTok. Liever direct contact? Je kunt ons ook een e-mail sturen!
Ook in onze nieuwsbrief vindt je betrouwbare tips en advies om je te helpen van het leven te genieten zonder dat je allergie je in de weg staat. Je kunt je onderaan deze pagina inschrijven.
Op allesoverallergie.nl maken wij wetenschappelijk onderbouwde informatie over allergie eenvoudig beschikbaar. De kennis die wij hebben opgedaan, delen wij graag met zoveel mogelijk mensen. Zo kunnen wij mensen met allergie waar mogelijk helpen. Om dit goed te kunnen doen, gebruiken wij actuele en betrouwbare informatiebronnen. Onze informatie wordt door gezondheidsprofessionals beoordeeld, voordat wij deze delen. De redactie van allesoverallergie.nl streeft ernaar om altijd nauwkeurig, duidelijk en objectief te communiceren. In dit redactiebeleid staat hoe wij dat doen.
Laatste medische review 04-02-26
1. USDA. The Power of One Tree. Accessed 3 September 2021.
https://www.usda.gov/media/blog/2015/03/17/power-one-tree-very-air-we-breathe
2. Flora van Nederland. Hazelaar. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.floravannederland.nl/planten/hazelaar
3. Allergy and Asthma Foundation of America. Tree Pollen: Spring’s First Allergy Offender. Accessed 10 September 2021.
https://community.aafa.org/blog/tree-pollen-spring-s-first-allergy-offender
4. Allergy and Asthma Foundation of America. Troublesome Allergens Thrive in Humid Weather. Science Daily. Pub 27 March 2008. Accessed 7 October 2021.
https://www.sciencedaily.com/releases/2008/03/080326194314.htm
5. R.W.I.M. van der Ham, J.P. Kaas, J.D. Kerkvliet, & A. Neve. Pollenanalyse: Stuifmeelonderzoek van honing voor imkers, scholen en laboratoria. Stichting Landelijk Proefbedrijf voor Insektenbestuiving en Bijenhouderij Ambrosiushoeve, Hilvarenbeek. 1999. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.wur.nl/upload_mm/5/1/1/298ef1ca-ba5e-43f5-9232-1076742109db_PollenanalyseCompleet%2Bdoorzoekbaar.pdf
6. RIVM. GGD Factsheet Klimaatadaptatie Groen en allergenen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. 22 december 2020. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.rivm.nl/sites/default/files/2023-02/GGD%20Factsheet%20Klimaatadaptatie%20Groen%20en%20allergenen%20221220.pdf
7. Bousquet J, Khaltaev N, Cruz AA, Denburg J, Fokkens WJ, Togias A, et al; World Health Organization; GA(2)LEN; AllerGen. Allergic Rhinitis and its Impact on Asthma (ARIA) 2008 update (in collaboration with the World Health Organization, GA(2)LEN and AllerGen). Allergy. 2008 Apr;63 Suppl 86:8-160. doi: 10.1111/j.1398-9995.2007.01620.x.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18331513
8. Seidman MD, Gurgel RK, Lin SY, Schwartz SR, Baroody FM, Bonner JR, et al. Clinical practice guideline: allergic rhinitis executive summary. Otolaryngol Head Neck Surg. 2015 Feb;152(2):197-206. doi: 10.1177/0194599814562166.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25645524
9. Meltzer, E O; Allergic Rhinitis - Burden of Illness, Quality of Life, Comorbidities, and Control. Immunology and Allergy Clinics of North America (May 2016). Retrieved 27 April 2021.
https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0889856115001137?via%3Dihub
10. Asam C, Hofer H, Wolf M, Aglas L, Wallner M. Tree pollen allergens-an update from a molecular perspective. Allergy. 2015 Oct;70(10):1201-11. doi: 10.1111/all.12696. Epub 2015 Aug 6.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26186076
11. Immunocap. Tree pollens. Accessed 6 October 2021.
http://www.immunocapexplorer.com/uploads/cms/asset_brick/asset/10414/52-5107-91_02-TreePollens.pdf
12. Allergy and Asthma Foundation of America. Smart gardening tips. Accessed 30 September 2021.
https://community.aafa.org/blog/smart-gardening-tips-for-a-allergy-friendly-gardening
13. Sousa-Silva R, Smargiassi A, Kneeshaw D, Dupras J, Zinszer K, Paquette A. Strong variations in urban allergenicity riskscapes due to poor knowledge of tree pollen allergenic potential. Scientific Reports 11, Article number: 10196 (2021). Pub 13 May 2021.
https://www.nature.com/articles/s41598-021-89353-7
14. Sawers B. Regulating pollen. Minnesota Law Review. Accessed 7 October 2021.
https://www.minnesotalawreview.org/wp-content/uploads/2014/02/RegulatingPollen.pdf
15. Asthma and Allergy Foundation of America. 7 things you should know about oral allergy syndrome (OAS). Accessed 30 September 2021.
https://community.aafa.org/blog/7-things-you-should-know-about-oral-allergy-syndrome
16. Asthma and Allergy Foundation of America. Tips for preventing allergic reactions to tree and grass pollen. Accessed 30 September 2021.
https://community.aafa.org/blog/tips-for-preventing-allergic-reactions-to-tree-and-grass-pollen
17. ACAAI. Hayfever. Accessed 30 September 2021.
https://acaai.org/allergies/allergic-conditions/hay-fever/
18. Jongejan, L. Homologie en kruisreactiviteit bij boompollenallergie. Boompollen-Special, ALK Pro. 2020. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.alkpro.nl/wp-content/uploads/2021/07/Boompollen-Special-_2020-Art2-Homologie-en-kruisreactiviteit.pdf
19. De Weger, L. A., Bakker-Jonges, L. E., De Groot, H., Kuppen, H. H. J. M., Batenburg, W. W., Van Leeuwen, A., Koenders, M., & Van Vliet, A. J. H. Method to develop a regional guide for the allergenic potential of tree pollen. Science of The Total Environment, 926, 171575, 20 mei 2024. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0048969724017169
20. Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Bomenkompas: inzicht in allergeniciteit van boomsoorten. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.lumc.nl/over-het-lumc/maatschappelijke-rol/bomenkompas/
21. NHG. Allergische en niet-allergische rinitis. Nederlands Huisartsen Genootschap. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/allergische-en-niet-allergische-rinitis
22. Pollennieuws.nl. (z.d.). Boompollen en bloeiperioden in Nederland. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
https://www.pollennieuws.nl